| |
|
|
| |
De gaasvlieg
De gaasvlieg is een insect uit de familie van Gaasvliegen. De Latijnse naam daarvoor is Chrysopidae de familie hoort niet bij de vliegentak van de insecten zij behoort tot de netvleugeligen. Er wordt vaak gedacht dat de gaasvliegen bij de vliegen horen maar dat is onjuist.
De officiële stamboom luidt: De Gaasvlieg behoort tot het rijk der dieren, de stam is geleedpotigen, de klasse is insecten, de orde is netvleugelige en de familie gaasvliegen. De gaasvlieg is een uniek soort dat in de winter van kleur kan veranderen om te overleven in huizen.
In het Engels worden de gaasvliegen Lacewings genoemd omdat hun vleugels zo fijn zijn als kant. De Europese varianten zijn vrij klein, van 6 millimeter tot 3 centimeter. De meeste Gaasvliegen die groter zijn zitten in de tropen. De gaasvlieg komt aan zijn naam in het Nederlands omdat de vleugels op gaas lijken.
De larven van gaasvliegen worden gelegd tussen de bladluizen. Ze worden s’nachts gelegd. Een vrouwtjes Gaasvlieg legt tussen de 100 en de 200 eieren. De eieren hangen aan een draadje van ongeveer 1 centimeter lang. Ze worden in de buurt van luizen gelegd omdat de larven meteen als ze uitkomen beginnen met voeden. Een larve is blind en kan niet ruiken. Eigenlijk eten ze zo’n beetje alles op wat ze tegenkomen. Het hoofd beweegt heen en weer en alles wat het raakt probeert het op te eten. Deze periode duurt gemiddeld drie weken, daarna trekt de larve zicht terug en spint een cocon. Om een week later eruit te komen als Gaasvlieg. |
|
| |
|
| |
|
|
|